Onjuiste informatie over HPV-vaccinatie

Fabels en feiten
Momenteel doen veel geruchten over inenting tegen baarmoederhalskanker de ronde. Via e-mail en gewone post gericht aan met name ouders en scholen, maar ook aan GGD’en worden veel onwaarheden over de vaccinatie verspreid. Ook op verschillende websites en via Hyves en YouTube is onjuiste informatie te vinden. De informatie suggereert vooral dat het HPV-vaccin niet werkt en dat het zelfs gevaarlijk is. Daarnaast zou vaccinatie niet nodig zij, om verschillende redenen. Het gaat te ver om alle punten die genoemd worden te bespreken, maar hieronder volgen de belangrijkste argumenten tegen vaccinatie, elke keer gevolgd door de feiten.        

Virussen kunnen geen (baarmoederhals-)kanker veroorzaken.
Een langdurige HPV-infectie is een voorwaarde voor het krijgen voor baarmoederhalskanker. Dat is terug te vinden in de internationale wetenschappelijke literatuur. Degene die dat in de jaren '70 vaststelde heeft net dit jaar de Nobelprijs ontvangen voor deze belangwekkende ontdekking. Juist doordat dit ontdekt is, kon een vaccin tegen baarmoederhalskanker worden ontwikkeld.

Meisjes/vrouwen die op het moment van vaccinatie al met de HPV-typen die in het vaccin zitten zijn besmet, lopen 44,6% meer kans op het krijgen van baarmoederhalskanker dan ongevaccineerde meisjes/vrouwen.
Er zijn geen goed uitgevoerde studies die aantonen dat vaccinatie met HPV-vaccin de kans op baarmoederhalskanker vergroot. Het percentage van 44,6% wordt genoemd in een document op de website van het FDA waarin resultaten uit een bepaalde studie staan. Bij een nadere analyse van de studiegroepen bleek dat deze vóór behandeling al niet gelijk waren (biased). Dat wil zeggen dat de controlegroep niet goed te vergelijken is met de groep die HPV-vaccin (Gardasil®) kreeg. Bij studies waarin de studiegroepen (HPV-gevaccineerde groep en placebo-groep) wel vergelijkbaar waren, kwam deze verhoging van baarmoederhalskanker na vaccinatie van HPV-positieve vrouwen niet naar voren. In het eindrapport, waarin al de onderzoeken/groepen op een rij gezet zijn, is er geen significante verhoging van baarmoederhalskanker in de HPV-positieve groep die gevaccineerd is ten opzichte van de niet-gevaccineerde HPV-positieve groep.
Nog een andere aanwijzing: in een artikel in JAMA (Van Hildesheim et al; JAMA 2007; 298(7):743-753) wordt therapeutisch gebruik van HPV onderzocht. Daarin staat dat vaccinatie er niet voor zorgt dat het virus sneller uit het lichaam verdwijnt, maar ook niet dat het langer blijft zitten door vaccinatie.
Er zijn dus tot dusver geen wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat een bestaande HPV-infectie eerder tot baarmoederhalskanker leidt door HPV-vaccinatie.

Een gezond lichaam kan in principe iedere infectie zelf bestrijden. Uit onderzoek is bekend dat een HPV-infectie meestal vanzelf weer verdwijnt, dus dat geldt ook voor het HPV dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Vaccinatie is dus niet nodig.
Een lichaam kan inderdaad in veel gevallen een infectie zelf bestrijden. Ook een HPV-infectie, maar in een deel van de gevallen blijft het virus sluimerend aanwezig, een zogenoemde persistente infectie. Een deel van die sluimerende infecties leidt tot veranderingen in de cellen van de baarmoederhals en vervolgens tot voorloperstadia van baarmoederhalskanker. Die kunnen dan uiteindelijk overgaan in baarmoederhalskanker. Tussen de infectie en het ontstaan van baarmoederhalskanker zit meestal 15 jaar of langer. Niet elke HPV-infectie leidt dus tot baarmoederhalskanker, maar we kunnen niet voorspellen bij wie dit wel gebeurt.

Een HPV-infectie is te voorkomen en te verhelpen met voldoende vitamine A en foliumzuur.
Onzin. Er is geen enkel wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat vitamine A en foliumzuur tegen een HPV-infectie helpen. Vaccinatie tegen HPV kan wel baarmoederhalskanker voorkomen.

Het vaccin verandert de menselijke genetische structuur en kan genen aan- en uitzetten, hierdoor worden gevaccineerde meisjes/vrouwen onvruchtbaar of krijgen ze kanker met abnormale orgaanontwikkeling.
Het vaccin bevat geen erfelijk virusmateriaal. Het is dan ook onmogelijk dat de menselijke genetische structuur veranderd wordt door het vaccin.

Het vaccin bevat gevaarlijke stoffen zoals de zeer giftige stof aluminium en eiwitten die afkomstig zijn van insecten. Deze kunnen direct na vaccinatie een acute, vaak levensbedreigende, allergische reactie oproepen en zelfs op de langere termijn auto-immuunreacties.
Aluminiumzouten worden in zeer kleine hoeveelheden gebruikt om de werking van vaccins optimaal te maken. Het is de meest gebruikte hulpstof in vele (kinder-)vaccins die door de jaren heen veilig gebleken is. De stof aluminium los is niet bruikbaar voor vaccins.
Er bevinden zich geen insectencellen in het vaccin. Het viruseiwit waar de werking van het vaccin op gebaseerd is, is geproduceerd met behulp van gekweekte insectencellen. Voor gebruik in het vaccin wordt het viruseiwit opgezuiverd en gescheiden van de cellen. Het viruseiwit zelf zit gewoonlijk aan de buitenkant van het HPV-virus en zal in vaccinvorm niet een andere reactie oproepen dan in virusvorm.
Voor alle vaccins geldt dat in zeldzame gevallen, direct na toediening, een acute reactie kan optreden die bekend staat als een zogenaamde anafylactische shock. De gegevens die met betrekking tot de veiligheid van dit vaccin verzameld zijn, geven geen ander beeld dan bij andere veelgebruikte (kinder-)vaccins.
In de literatuur wordt een kans van 1:1.000.000-10.000.000 op een anafylactische shock na vaccinatie genoemd. In de bijwerkingenbewaking RVP, die sinds 1962 bestaat, is een dergelijke reactie nog nooit gemeld.

Gardasil bevat een middel dat ook in rattengif of kakkerlakkengif wordt gebruikt.
Het gaat om de stof natriumboraat, deze stof zit in veel producten, waaronder kakkerlakkengif. In Cervarix, het vaccin waarmee in het RVP gevaccineerd wordt, zit deze stof niet. In Gardasil, het andere HPV-vaccin dat op de markt is, zit wel de stof natriumboraat. De hoeveelheid die in het vaccin zit is verwaarloosbaar en niet schadelijk voor mensen. Voor veel stoffen geldt overigens dat de dosis (hoeveelheid per kg) bepaald of iets giftig is. Zo kunnen middelen die in lage doses onschadelijk zijn of zelfs gezond zijn, in hogere doses gevaarlijk zijn. Een voorbeeld hiervan is vitamine A.

Er zijn meisjes overleden door de vaccinatie of blijvend gehandicapt geraakt. Getallen worden genoemd voor heftige bijwerkingen, sterfgevallen, gevallen van Guillian-Barre, spontane abortussen en levensbedreigende reacties in het algemeen.
Het gaat hier vermoedelijk om meldingen van verschijnselen na vaccinatie. Maar een verschijnsel dat na vaccinatie optreedt hoeft niet door vaccinatie te komen. Soms kunnen mensen op een bepaald moment overlijden aan een bepaalde ziekte of aandoening of kan een ander verschijnsel optreden. Dit kan ook toevallig gebeuren (vlak) na een HPV-vaccinatie. Dat is wat anders dan dat het overlijden of het verschijnsel ook door de vaccinatie veroorzaakt is. In alle gevallen die ooit in het buitenland zijn onderzocht door registratieautoriteiten (EMEA, FDA en CDC) bleek er geen verband te zijn tussen vaccinatie en overlijden. Er zijn geen meisjes overleden door de HPV-vaccinatie.

Meldingen in de Verenigde Staten
Tot 31-12-2008 zijn in de VS > 23 miljoen doses Gardasil gegeven, waarbij 11.916 meldingen van mogelijke bijwerkingen bij VAERS zijn binnen gekomen. Hieronder zijn 94% ‘non serious’ en 6% ‘serious’ meldingen
Onder ‘serious’ meldingen zijn ook meldingen van ernstige ziekte en zelfs sterfte na vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. De FDA en het CDC kwamen, op basis van onderzoek naar deze trieste gevallen, tot de conclusie dat er geen relatie bestaat tussen de vaccinatie en de meldingen.
De meldingen zijn onderdeel van het reguliere bewakingssysteem dat in de VS -zoals in Nederland- operationeel is om signalen van mogelijke bijwerkingen op te vangen en te onderzoeken; na een grondige medische analyse van de gerapporteerde gevallen wordt de mogelijke bijwerking volgens internationaal geaccepteerde methode geclassificeerd als zeker, waarschijnlijk, mogelijk, onwaarschijnlijk of niet oorzakelijk gerelateerd aan de vaccinatie. Meldingen met een zeker, waarschijnlijk of mogelijk oorzakelijk verband worden beschouwd als bijwerkingen. De overige als coïncidentele beelden.

Door het HPV-vaccin kun je later een miskraam krijgen.
Bij vrouwen die zwanger werden tijdens de studies met Cervarix was er geen verschil in de uitkomst van zwangerschappen tussen vrouwen die gevaccineerd waren met Cervarix of een controle vaccin. Er is geen enkele aanwijzing dat er enige invloed is zou zijn op de uitkomst van latere zwangerschappen. Echter, aangezien Cervarix niet specifiek getest is bij zwangeren wordt geadviseerd om vaccinatie uit te stellen tot na de zwangerschap.

(In de registratietekst is de volgende informatie over zwangerschap en vaccinatie met Cervarix vermeld:

4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Er zijn geen specifieke studies met het vaccin bij zwangere vrouwen uitgevoerd. Er werden in totaal wel 1.737 zwangerschappen gerapporteerd tijdens het klinisch ontwikkelingsprogramma voorafgaand aan de registratie, waaronder 870 bij vrouwen die Cervarix toegediend hadden gekregen. Uiteindelijk was er geen verschil in zwangerschapsuitkomst (bijv. een normaal kind, een abnormaal kind inclusief
aangeboren afwijkingen, vroeggeboorte en spontane abortus) tussen deze behandelgroepen.

Studies bij dieren geven geen indicatie voor een direct of indirect schadelijk effect op vruchtbaarheid, zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, bevalling of postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3).
Deze gegevens waren niet voldoende om het gebruik van Cervarix tijdens de zwangerschap aan te raden.
Vaccinatie moet daarom worden uitgesteld tot na de zwangerschap.


Het vaccin geeft een verhoogde kans op onvruchtbaarheid. Hiervoor geven verschillende bronnen, verschillende verklaringen: 1) door de genetisch gemanipuleerde virusonderdelen waarop het vaccin gebaseerd is, 2) polysorbaat 80 kan onvruchtbaarheid veroorzaken.

De werking van het vaccin is gebaseerd op een gerichte reactie van het afweersysteem tegen het vaccin dat eiwitten bevat van de buitenkant van het virus. Vaccinatie werkt dus alleen tegen het virus en is niet gericht tegen het menselijk lichaam.
Er is geen enkele aanwijzing dat er effect op de vruchtbaarheid is.
Cervarix bevat geen polysorbaat 80

Het vaccin kan net als in het verleden DES voor gehandicapte kinderen zorgen.
DES werd gebruikt om vroegtijdige bevalling te voorkomen. Het werd dus gegeven in de zwangerschap en had een effect op de ongeboren vrucht. Zwangerschap is een contra-indicatie voor de HPV-vaccinatie. 

In Spanje een partij vaccin (gardasil) van de markt gehaald, omdat door vaccinatie 2 meisjes in het ziekenhuis belanden. 
Het vaccinatieprogramma is niet stopgezet. Wel is een partij vaccins voorlopig terzijde gezet. Deze partij is grondig onderzocht en er bleek niets mee aan de hand te zijn. Of de meisjes ziek zijn geworden door vaccinatie, wordt nu nog onderzocht.

 

 

Bron: nhg