Tijd voor zorgverlening...

Telefoon overdag: 036 532 99 88

Telefoon avond/weekend 0900 203 0 203 (HAP)

Bij Spoed overdag: 036 549 00 00

Slaapproblemen

Slaap is een periode van rust die we nodig hebben om zowel lichamelijk als geestelijk te herstellen. Wie denkt dat er een standaardnorm bestaat voor ‘goede gezonde slaap’ heeft het mis. De slaapbehoefte verschilt sterk per persoon. Veel slaapklachten zijn bovendien terug te voeren op verkeerde verwachtingen, belevingen en gedrag. Slaapklachten zijn altijd subjectief. Zo kan de ene persoon vinden dat hij prima slaapt, terwijl een ander met een vergelijkbaar slaappatroon meent dat hij slecht slaapt. 

We spreken van een chronisch slaapprobleem als klachten minstens drie keer per week optreden en gepaard gaan met klachten zoals vermoeidheid, slaperigheid overdag, concentratieproblemen en prikkelbaarheid gedurende minstens drie maanden.

Uitingsvormen van slaapklachten

Slecht slapen kan op verschillende manieren tot uiting komen. 

  1. Slecht slapen ’s nachts
    Problemen met inslapen en doorslapen en te vroeg wakker worden. Piekeren, stress, angst kunnen het slapen bemoeilijken. Soms spelen daarbij verkeerde slaapgewoonten een rol. Ook kunnen er lichamelijke neurologische stoornissen in het spel zijn. Voorkomende aandoeningen zijn ademhalingsstoornissen tijdens de slaap (slaapapneu) en het syndroom van rusteloze benen.
  2. Slaperigheid overdag
    Sommige mensen hebben overdag last van vergrote slaperigheid en vermoeidheid. Ze vallen op willekeurige momenten in slaap zonder dat ze bij machte zijn dat tegen te gaan. Deze mensen kunnen last hebben van de zeldzame aandoening narcolepsie. Of zij zijn ten gevolge van een ademhalingsstoornis tijdens de slaap (slaap-apneu) oververmoeid geraakt. Ook zijn er mensen die kampen met de gevolgen van een slechte nachtelijke slaap, soms door lichamelijke klachten, soms door een onregelmatig levenspatroon of door het gebruik van bepaalde medicijnen en/of genotsmiddelen.
  3. Verstoord slaap-waakritme
    De hersenen regelen het slaapwaakritme. De 'biologische klok' is bij ieder mens anders ingesteld. Via de ogen reageert het regulatiecentrum in de hersenen op veranderingen in de lichtintensiteit van de buitenwereld die van invloed zijn op het tijdstip van inslapen en wakker worden. De biologische klok kan ontregeld worden, bijvoorbeeld door lang uitslapen op vrije dagen, vliegreizen of door het werken in ploegendienst. Bij sommige mensen wijkt die biologische klok van nature af van het maatschappelijke ritme. Dit kan hun functioneren   ernstig belemmeren.
  4. Ongewenste gedragingen ’s nachts
    Hierbij kan gedacht worden aan slaapwandelen, angstaanvallen, bedplassen en tandenknarsen.

Adviezen voor beter slapen

Nogal wat mensen die zeggen last te hebben van slapeloosheid, blijken objectief gezien voldoende te slapen. Aandacht voor het subjectieve karakter van de slaapklacht en inzicht in het eigen slaapgedrag zijn vaak de eerste stappen naar een oplossing. Heeft u slaapklachten? Neemt u dan de zogenoemde slaaphygiënische adviezen in acht. Deze slaapadviezen lijken soms een open deur. De sleutel tot succes ligt in een consequente toepassing ervan. Professionele begeleiding kan daarbij van belang zijn om uit de vicieuze cirkel van slecht slapen te komen.

  1. Houd regelmatige bedtijden aan. Sta elke (werk)dag op dezelfde tijd op. Sta in het weekend maximaal twee uur later op
  2. Beperk de tijd in bed tot maximaal acht uur. 
  3. Bewaar het bed om te slapen of te vrijen. 
  4. Ga pas naar bed wanneer u zich slaperig voelt. Sta  op als u binnen een half uur niet kunt slapen. Doe dan elders even iets wat u ontspant (lezen, televisie kijken). Ga weer terug naar bed. Herhaal de procedure als u weer niet kunt inslapen. 
  5. Beperk het lezen of televisie kijken in bed tot maximaal een half uur.
  6. Ontspan voor het slapen gaan. Bouw uw dag af, vermijd ongeveer een uur voor het slapen gaan inspannende geestelijke en lichamelijke activiteiten. 
  7. Als gedachten u wakker houden, reserveer dan overdag een ‘piekeruurtje’. Neem daarin de tijd om over zaken die u bezighouden na te denken. 
  8. Doe ’s avonds geen dutje. Een dutje overdag (van maximaal een half uur) is geen probleem als het uw nachtslaap niet verslechtert. 
  9. Draai de wekker om zodat u er niet steeds op kunt kijken. Het steeds zien van de tijd geeft enkel onrust. 
  10. Vermijd cafeïne na 18.00 uur (koffie, thee, cola, chocola). 
  11. Gebruik alcohol niet als slaapmutsje, één tot twee glazen verdeeld over de avond kan geen kwaad.
  12. Zorg voor lichamelijke activiteit overdag.

Filmpjes over slaapproblemen

Copyright 2015 - Medi-Mere